KRW Self Assessment
Doorloop het Self Assessment om inzicht te krijgen in je proces en het oppervlaktewater waarop je loost.
De Kaderrichtlijn Water is een Europese wet die sinds 2000 van kracht is. De waterkwaliteit in heel Europa is nog niet goed genoeg. Dat geldt voor zowel het oppervlaktewater (rivieren, beken, plassen, etc.) als het grondwater. Water is van levensbelang voor mens, dier en natuur. Daarom stelt de KRW eisen aan de chemische en ecologische kwaliteit van het water. Overheden, bedrijven en burgers van alle Europese landen moeten actie ondernemen om het water voor eind 2027 aan de KRW-eisen te laten voldoen. Hoewel we in Nederland al mooie vorderingen hebben gemaakt, is er ook voor ons nog heel wat te doen.
Bekijk de video van de waterschappen over het belang van een goede waterkwaliteit en de KRW:
De KRW bepaalt onder andere dat de chemische kwaliteit van oppervlaktewater goed moet zijn. Dat betekent concreet dat de aanwezigheid van ‘KRW-stoffen’ onder een bepaalde limiet moeten blijven (chemische eis). Daarnaast moet het water een goed leefmilieu bieden voor mens, plant en dier (ecologische eis). Er staan twee principes centraal in de KRW:
Hoewel we in Nederland al mooie vorderingen hebben gemaakt, hebben overheden, bedrijven en burgers nog werk te doen om de nog niet gerealiseerde KRW-eisen te halen.
Unie van Waterschappen: ‘De KRW is niet uit luxe geboren, maar uit noodzaak’.
Uit onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt dat er in Nederland van de 122 chemische KRW-stoffen, nog 42 problematisch zijn. Het gaat om gewasbeschermingsmiddelen, biociden, diergeneesmiddelen, industriële chemicaliën, PAK’s (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, deze komen o.a. vrij bij de productie van asfalt) en anorganische stoffen.
Voor meer informatie over deze stoffen: Stoffenlijst KRW impuls | Informatiepunt Leefomgeving.
Voor Nederland zijn er 23 branches geïdentificeerd die (mogelijk) gebruik maken van één of meerdere KRW-stoffen.
| Branche | Mogelijk relevante KRW-stoffen |
| Aardoliewinning en drainage | 16 |
| Afvalbeheer | 42 |
| Automotive | 16 |
| Basischemie | 16 |
| Beton/asfalt/puin | 16 |
| Chemische industrie | 42 |
| Chemische wasserijen | 16 |
| Cokesovenproducten/aardolieverwerking | 16 |
| Drukkerijen | 16 |
| Elektrotechnische industrie en machinebouw | 16 |
| Energieopwekking | 16 |
| Grootschalige mestverwerking | 42 |
| Minerale industrie | 16 |
| Olie-/vetverwerking | 42 |
| Papier en karton | 42 |
| Productie en verwerking van metalen | 16 |
| Rubber- en kunststofindustrie | 16 |
| Scheepvaart | 16 |
| Slachterijen | 16 |
| Textiel en tapijtenindustrie | 42 |
| Verf-, lak- en vernisfabrieken | 16 |
| Vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen | 16 |
| Voedingsmiddelenbedrijven | 42 |
| Overig | 42 |
Bij de bestrijdingsmiddelen gaat het om de producenten van de bestrijdingsmiddelen, niet om de gebruikers (landbouw). Voor de gebruikers van bestrijdingsmiddelen is een apart actieprogramma opgezet binnen het KRW-Impulsprogramma van Rijk en Regio. KRW-tussenevaluatie chemische stoffen | Informatiepunt Leefomgeving
Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) kunnen niet alle KRW-stoffen (en andere chemische stoffen) uit ons afvalwater zuiveren. Daar zijn de RWZI’s ook niet voor ontworpen. De bedrijven die (mogelijk) KRW-stoffen gebruiken, moeten dus extra maatregelen nemen op deze 42 of 16 KRW-stoffen. Het liefst door deze KRW-stoffen bij de bron aan te pakken. Dat wil zeggen dat ze worden vervangen door duurzame alternatieven. Als dit niet mogelijk is, kan er wellicht minder van de stof worden gebruikt in het bedrijfsproces. Mochten er dan toch nog KRW-stoffen in het afvalwater zitten, kan gekeken worden of het een optie is om eerst zelf te zuiveren voordat afvalwater wordt geloosd via het riool of direct op het oppervlaktewater.
In veel gevallen is maatwerk nodig, afhankelijk van het bedrijfsproces, de stoffen waarmee wordt gewerkt, de emissies (het vrijkomen van stoffen in het milieu) en het riool of oppervlaktewater waarin de emissies terechtkomen. Om maatregelen te kunnen nemen, is het belangrijk om een volledig beeld te hebben van de eigen emissies.
Het is belangrijk dat je kijkt naar het volgende als jouw bedrijf valt onder één van de 23 branches die hierboven worden genoemd:
Dat zijn best veel vragen waar bedrijven niet zomaar een antwoord op hebben. Daarom hebben we de KRW Self Assessment tool ontwikkeld. Zowel directe als indirecte lozers kunnen via deze handige tool op Ondernemen.nl/krw snel inzicht krijgen in hun specifieke situatie en antwoord op alle bovenstaande vragen. Heb ik wel of geen ‘KRW-probleem’?
Voor lozingen direct op Rijkswateren of Regionale wateren (directe lozing) is veel informatie te vinden op het informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Ook het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat voor Rijkswateren en het waterschap voor Regionale wateren) kan informatie geven.
Hetzelfde geldt voor lozingen op het riool (indirecte lozing). Via de ‘Vergunningcheck’ in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) kom je er snel achter of jouw lozing meldingsplichtig of vergunningplichtig is.
Via de tool KRW Self Assessment op ondernemen.nl/krw, kun je vrij gemakkelijk nagaan of je een KRW-risico loopt. Er is een aparte tool voor directe en indirecte lozers. We leggen ook uit welke documenten handig zijn om bij de hand te hebben als je deze tool gaat gebruiken. Door de KRW Self Assessment te doen, kun je bijvoorbeeld achterhalen op welk oppervlaktewater je loost (al dan niet via het riool en de RWZI) en welke KRW-stoffen in dat oppervlaktewater de norm overschrijden. Zo wordt snel duidelijk of jouw huidige lozingsvergunning actueel is of aangepast moet worden.
Dit wordt gedaan aan de hand van de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM-toets) en als nodig de Immissietoets.
Met de ABM-toets wordt nagegaan hoe emissies zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. De ABM-toets bestaat uit twee stappen:
Stap 1. Bronaanpak: Voorkomen dat bepaalde stoffen via afvalwater in het oppervlaktewater worden geloosd zodat een zo klein mogelijke afvalwaterstroom overblijft die zo weinig als mogelijk milieubelastend is.
Stap 2. Minimalisatieverplichting: In welke mate is zuivering van de afvalwaterstroom noodzakelijk voordat er geloosd wordt? De eventueel van toepassing zijnde emissiegrenswaarden worden hierbij meegenomen.
Meer over de ABM is te vinden op het Informatiepunt Leefomgeving.
Als uit de ABM-toets blijkt dat jouw onderneming ondanks al jouw inspanningen toch nog te veel chemische stoffen loost, volgt de Immissietoets.
Een Immissietoets moet in principe door het bedrijf zelf gedaan worden, al kan het bevoegd gezag (of een externe adviseur) om hulp worden gevraagd. Het vraagt namelijk wel enige kennis en ervaring met de immissietoets om deze als bedrijf goed te kunnen uitvoeren. Met het Handboek Immissietoets kun je nagaan of jouw lozing van afvalwater nog wel mogelijk is in dat specifieke oppervlaktewater. Hier wordt de KRW direct zichtbaar! De KRW-kwaliteit van het oppervlaktewater kan namelijk dusdanig zijn dat er geen ruimte meer is voor nog meer lozingen. Zelfs als je als bedrijf aan de Beste Beschikbare Technieken voldoet (BBT), kan het zijn dat je nog meer moet doen om uiteindelijk toch te kunnen blijven ondernemen. Het Handboek Immissietoets is te vinden op het Informatiepunt Leefomgeving.
Waar je op loost (direct of indirect) bepaald wie het bevoegd gezag is.
| Waarop vindt de lozing plaats? | Soort lozing | Soort activiteit volgens de Omgevingswet | Bevoegd gezag? | |
| 1 | Oppervlaktewater in beheer van Rijkswaterstaat (rijkswater) | Direct | Lozingsactiviteit | Rijkswaterstaat (RWS) |
| 2 | Oppervlaktewater in beheer van een waterschap (regionaal water) | Direct | Lozingsactiviteit | Waterschap |
| 3 | RWZI (of op de persleiding hiervan, zonder tussenkomst van een openbaar riool) | Direct | Lozingsactiviteit | Waterschap |
| 4 | Openbaar riool | Indirect | Milieubelastende activiteit (mba) | Omgevingsdienst (namens gemeente of provincie) |
| 5 | Particuliere riool dat uitkomt op het openbaar riool | Indirect | Milieubelastende activiteit (mba) | Omgevingsdienst (namens gemeente of provincie) |
Als we in Nederland niet voldoen aan de KRW-eisen in 2027 (en daarna), kan de Europese Commissie boetes uitdelen aan de Nederlandse overheid. Ook bedrijven kunnen boetes of dwangsommen krijgen bij herhaalde overschrijding van de KRW-normen. Bestaande lozingsvergunningen worden waar nodig herzien. Dat proces is al bezig. Nieuwe vergunningen om (KRW-stoffen) te mogen lozen worden steeds lastiger te krijgen. Het is voor bedrijven dus van belang om te weten wat ze lozen.
Handhaving van de KRW kan dus de continuïteit of start van een bedrijf in gevaar brengen als niet wordt voldaan aan de KRW-eisen in 2027. Daarnaast wordt de druk vanuit de maatschappij ook steeds groter om te zorgen voor schoner water en om verantwoord te ondernemen. Daarbij is schoon water voor onszelf en de generaties na ons van groot belang. Het is dus belangrijk om te zorgen dat je aan de KRW voldoet. Begin zo snel mogelijk zodat je zeker weet dat je KRW-proof bent in december 2027!
Directe lozingen: Sommige bedrijven lozen hun afvalwater als ze het zelf hebben gezuiverd, via een pijp direct op het oppervlaktewater of direct op de persleiding van een RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie).
Indirecte lozingen: De meeste bedrijven in Nederland lozen op het riool. Soms meteen op het gemeentelijke riool (openbaar riool) en soms (zoals op een bedrijventerrein) via het riool van een ander bedrijf dat loost op het openbare riool. Via een RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) wordt het gezuiverde afvalwater (als het al gezuiverd kan worden) uiteindelijk op het oppervlaktewater geloosd.
Er wordt in Nederland onderscheid gemaakt tussen Rijkswateren en Regionale wateren. Voor een bedrijf dat afvalwater loost is het relevant om te weten op wat voor soort water hij loost, omdat het bevoegd gezag (de partij verantwoordelijk voor dit water en de eventueel benodigde vergunning) kan verschillen. Soms kan een bedrijf ook met verschillende bevoegde instanties te maken hebben.
Rijkswateren: dit zijn onder meer de zee, grote rivieren en het Ijsselmeer. Een complete lijst is te vinden op: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041278/2024-07-01#BijlageII. Voor Rijkswateren is Rijkswaterstaat de beheerder en dus het bevoegd gezag.
Regionale wateren: zijn alle waterlichamen die geen Rijkswater zijn. Komt het niet voor op de lijst met Rijkswateren, dan is het dus een Regionaal water. Een waterschap is hiervan beheerder en dus ook bevoegd gezag. Ook voor de RWZI’s (waterzuiveringsinstallaties) zijn waterschappen het bevoegd gezag.
Via het KRW Self Assessment op ondernemen.nl/krw kun je achterhalen op welk waterlichaam je direct of via een RWZI loost en weet je dus wie het bevoegd gezag is.
Omdat er veel verschillen bestaan tussen de kwaliteit van verschillende oppervlaktewateren, worden de KRW-eisen per waterlichaam beoordeeld. Lozen in de drukbevaren Maas is iets anders dan lozen in een vennetje in een Natura 2000-gebied. Van alle wateren wordt ieder jaar (rond september) het gehalte van chemische stoffen gemeten en vastgelegd in een factsheet op het Waterkwaliteitsportaal. Voor alle 745 aangewezen KRW-oppervlaktewateren is er zo’n factsheet.
Deze factsheets zijn ook opgenomen in de KRW Self Assessment op ondernemen.nl/krw. Zowel voor directe als indirecte lozingen. Je kunt dan direct zien wat de kwaliteit is van het oppervlaktewater waarop je loost (direct of indirect). Dit is belangrijk omdat het de lozingsruimte bepaalt die er nog is en voor welke KRW-stoffen.
De huidige toestand van alle wateren is ook te vinden op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/krw-factsheets
Emissies zijn stoffen die vrijkomen in het milieu. Denk aan gassen, vloeistoffen, deeltjes of warmte. Of de emissie schadelijk is, is afhankelijk van de aard van de stof en de concentratie. Emissies vinden plaats tijdens het bedrijfsproces, maar ook al bij leveranciers of bij het gebruik van producten. Met andere woorden: in de gehele keten.
Het is zaak om alle emissies te inventariseren en te meten. Grote bedrijven hebben hiervoor eigen expertise in huis of huren deze in. Kleinere bedrijven kunnen ook expertise inhuren of overleggen met het bevoegd gezag (vooroverleg genoemd bij vergunningaanvragen).
Specifiek voor de KRW gaat het om lozingen van KRW-stoffen op het riool of direct in oppervlaktewater.
Wat kunnen we in toekomst nog verwachten van de KRW?
We moeten er in Europa rekening mee houden dat de lijst met KRW-stoffen langer wordt in de toekomst. Ook de normen worden in de toekomst strenger en lozingsruimtes kleiner. Welke ontwikkelingen zien we nu al aankomen:
Op 22 december 2027 moeten alle Europese lidstaten (overheden, bedrijven en burgers), voldoen aan de KRW-eisen. Voor bedrijven betekent dit dat zij hun emissies (uitstoot) kennen en het gebruik en de lozing van chemische KRW-stoffen vermijden, vervangen, minimaliseren of beter zuiveren voor ze lozen. Daarnaast mag het te lozen water niet tot een opwarming van meer dan 25 graden van het oppervlaktewater leiden waarop wordt geloosd.
Neem dan kosteloos contact op met de KRW Supportdesk.
Doorloop het Self Assessment om inzicht te krijgen in je proces en het oppervlaktewater waarop je loost.
Start met het KRW Self Assessment voor indirecte lozers om te ontdekken waar je op loost en of de lozing voldoet aan de richtlijnen.